EKKO – Spinach
Gepost op November 14, 2005 door Oxysept
Dingen hebben vaak twee kanten, en als ze een dobbelsteen zijn wel zes. Vrijdagavond 11 november was ik in de grote zaal van theater Kikker bij de langste boekpresentatie aller tijden: ruim drie uur (inclusief korte pauze) was er nodig om Geef mij een wonder te presenteren, de eerste dichtbundel van de Utrechtse dichter Alexis de Roode. Diverse lokale helden (onder wie Ingmar Heytze, Jeroen van Merwijk en de 84-jarige Guillaume van der Graft) verschenen op het podium in wat ‘Poëziecircus Polygoon’ heette. Het was ondanks de lengte een zeer aangename avond, in rasechte Polygoonstijl vaardig aan elkaar gepraat door het feestvarken, dat aan het eind van de avond als zichzelf ook nog enige kampioenskneiters uit zijn bundel voorlas.
Nog natollend van het dichterlijk geweld zette ik koers naar een wat prozaïscher locatie: cultuurtempel EKKO. Onder de motto’s ‘voor je kijken doordrinken’ en ‘eigen baard is goud waard’ maakte ik daar in het gezelschap van O. en T. de herrijzenis van dansavond Spinach mee. Spinach is een avond met twee kanten: hiphop en jungle. Vorig jaar was Spinach een paar keer in Tivoli De Helling, maar onlangs verdween de avond daar van de programmering. Ik weet niet waarom, maar gebrek aan kwaliteit kan het niet geweest zijn, want Spinach bleek een prettige verrassing.
Dj’s van dienst waren Illvester, Etcenist en Sjam. Vooral de tweede hoor ik geregeld in café Tilt zouteloze pseudo-muziek draaien, maar bij Spinach wordt gelukkig ‘uit een ander vaatje getapt’. Beukende beats vlogen mij om de oren dat het een aard had: veel goede hiphop, afgewisseld met diverse dancehallkneiters, waaronder die nieuwe plaat van de zoon van Bob Marley die geen Ziggy heet. Missy Elliot kwam voorbij (allemaal even plaatsmaken), en hoorde ik daar ook de in mijn jeugd furore makende Rebel MC? Ja hoor! Toe maar weer! En over wonderen gesproken: er werd een goede plaat gedraaid die volgens O. en T. van C-Mon en Kypski was.
Zoals gezegd schrijft het dubbelzijdige concept van Spinach voor dat er flink wat drum ‘n’ bass wordt gedraaid, en dat was het enige minpunt van de avond. Best leuk hoor, af en toe een drum ‘n’ bass-plaatje, maar je kunt ook overdrijven – het is goedverdoeme geen 1995 meer. Het publiek (leeftijd: behoorlijk onder de twintig – met al die jonge tjiks om mij heen voelde ik mij geregeld als Guillaume van der Graft op een poëziecircus) reageerde ook wat mat op de drum ‘n’ bass, zodat er gelukkig minder en minder van werd gedraaid naarmate de avond vorderde.
Ja, die avond, die vorderde en vorderde maar, en werd maar leuker en leuker, mede door de invloed van de deskundig door juf Els getapte biertjes, en toen de avond was gevorderd tot 3 uur vonden we het wel weer mooi geweest en wandelden we langs de bijna 84-jarige portier weer naar buiten. T. ging geloof ik nog naar Het Pandje, maar dat horen we hieronder wel weer. Conclusie: Spinach vult soort van het gat op dat het jammerlijke verscheiden van Tivoli’s Family Affair met ome Leroy heeft achtergelaten. Of om de Polygoon-Alexis maar eens te citeren: ‘Sapristi, wat een puike avond!’